Vrouwen met stijl: Vier generaties penseelprinsessen in Hingene

Translated title of the contribution: Women with style: Four generations of brush princesses in Hingene

Research output: Contribution to conference typesAbstractpeer-review

Abstract

‘Das ist aber eben das Wesen der Dilettanten, dass sie die Schwierigkeiten nicht kennen, die in einer Sache liegen, und dass sie immer etwas unternehmen wollen, wozu sie keine Kräfte haben’ (Goethe).
Doorheen de negentiende eeuw kreeg het dilettantisme een negatieve bijklank en tegen het einde van de eeuw was er een duidelijk statusverschil tussen professionele en amateurkunstenaars. De term amateur werd verbonden met een laag niveau, gebrek aan toewijding en geassocieerd met de hobby’s van vrouwen uit de adel en bourgeoisie. Deze vrouwen hadden door hun afkomst allemaal leren tekenen en schilderen, maar omwille van diezelfde achtergrond was het voor hen erg moeilijk om een beroepscarrière als kunstenares te ontplooien en bleven ze vaak (noodgedwongen) amateurkunstenares. De vraag is hoe ze omgingen met dit spanningsveld: enerzijds mochten ze als vrouw vanuit hun positie geen betaald werk hebben, anderzijds werd er neergekeken op amateurs. Deze vraag wordt getoetst aan de hand van de positie die een dynastie van amateurkunstenaressen, Emilie d’Ursel (1782-1849), Pauline de Ludre-Frolois (1828-1877), Antonine de Mun (1849-1931) en Riri d’Ursel (1875-1934), innamen in de kunstwereld. Samen overspanden deze vrouwen een periode van de laat-achttiende eeuw tot en met de eerste decennia van de twintigste eeuw. Dit laat toe om verschillen en gelijkenissen op te merken.

‘But that is the essence of the dilettante, that they do not know the difficulties involved in one thing and that they always want to do something that they have no strength to do’ (Goethe).
Throughout the nineteenth century dilettantism acquired a negative connotation and against the At the end of the century there was a clear difference in status between professional and amateur artists. The term amateur was connected with low level, lack of dedication and associated with the hobbies of nobility women and bourgeoisie. These women had because of their descent all learn to draw and paint, but because of that same background it was very difficult for them to have a professional career to develop as an artist and they often stayed
(forced) amateur artist. The question is how they dealt with this field of tension: on the one hand, as a woman, they were allowed to not have a paid job, on the other hand, looked down on amateurs. This question is tested on the basis of the position that a dynasty of amateur artists, Emilie d'Ursel (1782-1849), Pauline de Ludre-Frolois (1828-1877), Antonine de Mune (1849-1931) and Riri d'Ursel (1875-1934), took in the art world. spanned together these women a period of the late eighteenth century to the early decades of the twentieth century. This allows to notice differences and similarities.
Translated title of the contributionWomen with style: Four generations of brush princesses in Hingene
Original languageDutch
Number of pages1
Publication statusPublished - 2013
Externally publishedYes
EventVrouwen met stijl - Kasteel d'Ursel, Hingene, Belgium
Duration: 8 Nov 20138 Nov 2013

Conference

ConferenceVrouwen met stijl
CountryBelgium
CityHingene
Period8/11/138/11/13

Fingerprint

Dive into the research topics of 'Women with style: Four generations of brush princesses in Hingene'. Together they form a unique fingerprint.

Cite this